|
Aanmelden:
Kerkenregister
Predikantenreg.
| |
In de Rooms Katholieke Kerk
wordt men lid van de kerk door drie sacramenten.
-
Als eerste wordt men
gedoopt.
Bij de doop wordt men ondergedompeld in, of begoten met water in de naam
van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Daarmee is je leven eens en
voorgoed gestempeld door God. Men is geboren tot nieuw leven met Jezus
Christus, de erfzonde en al de persoonlijke zonden worden vergeven en men is
lid van de kerkgemeenschap. Meestal word men als kind gedoopt. De ouders en
de kerk beslissen dan voor de betrokkene dat deze er bij hoort en deze
binnen die gemeenschap willen laten groeien.
-
Het doopsel wordt voltooid
door 'het zegel van de heilige Geest, de gave Gods', hetwelk de Katholieken
het vormsel noemen.
De bisschop zalft een mens, die verstandig genoeg is om zijn (of haar) eigen
keuzes te maken, met heilige olie. Met dit vormsel bevestigt de mens nu zelf
dat hij bij de kerk wil blijven. De heilige Geest bevestigt de betrokkene
ook. Hij geeft hem kracht om te blijven geloven, om de kerk trouw te
blijven, en de Blijde Boodschap door te geven aan alle mensen.
-
Het belangrijkste sacrament
is de Eucharistie.
Op de avond voor Hij ging sterven gaf Jezus aan zijn leerlingen brood en
wijn en zei: "Dit is mijn Lichaam. Dit is mijn Bloed. Doet dit tot mijn
gedachtenis". Daarom neemt een priester ook nu nog brood en wijn, leest
de Bijbel en gedenkt biddend Jezus' dood en verrijzenis.
Christus komt dan echt in ons midden: zijn Lichaam en Bloed. Jezus wil jouw
voedsel zijn. Je mag 'ter communie', dat betekent: gemeenschap vormen met
Jezus en de kerk. Jezus geneest je van je zondigheid, en geeft je kracht om
het goede te doen, als je wilt elke dag.
Het tweede van de zeven
sacramenten is het Vormsel. De materie van het sacrament is de Olie, het
Chrisma, dat bestaat uit Olie, dat de reinheid van het geweten voorstelt en uit
balsem, die de geur van de goede, betrouwbare naam met zich draagt. De olie
wordt de Bisschop gewijd tijdens de zogenaamde Chrismamis, de H. Mis die in het
Bisdom gevierd wordt op Witte Donderdag, wanneer de Kerk de instelling van het
Priesterschap viert.
De vorm van het Sacrament
is: "Ik teken je met het teken van het Kruis en sterke je met de Olie van het
heil in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest"
De gebruikelijke bedienaar van
het Sacrament is de Bisschop: Alleen in zwaarwegende gevallen en bij
uitzondering kan (als buitengewone bedienaar)
ook een priester krachtens de toestemming van de Apostolische Stoel het
Sacrament van het Vormsel toedienen, echter ten alle tijde met de olie die
eerder door de Bisschop gewijd is. Daarmee is de band met de Bisschop, als de
eigenlijke bedienaar in tact gelaten.
De werking van het Sacrament
bestaat erin dat de Rooms Katholieke gelovige de Heilige Geest tot hulp gegeven
wordt, zoals ook aan de Apostelen tijdens het Pinksterfeest
(zie het boek van de Handelingen der Apostelen),
waardoor de christen moedig de naam van Christus belijdt.
Daarom wordt vormeling ook een kruisteken gegeven op de kruin, waar zich
(naar aloude opvattingen)
de schaamte bevindt, opdat de christen, zonder schaamte de Naam van Christus in
de wereld verspreid.
De viering van het sacrament
Hoewel het ritueel voorziet in een liturgie van het vormsel buiten de
eucharistieviering, wordt in de regel uitgegaan van haar viering tijdens de
eucharistie. Zo wordt het verband van dit sacrament met de eucharistische
gemeenschap duidelijk.
Het sacrament van het vormsel vindt plaats in de dienst van het woord, na de
vernieuwing van de doopbelijdenis. In deze belijdenis wordt het verband
duidelijk met het doopsel, waarin het geloof in Gods woord aangereikt werd door
de ouders, en nu door de kinderen zèlf aanvaard wordt. De orde van dienst
verloopt als volgt.
-
Presentatie van de
vormelingen.
Na de lezing van het evangelie gaat de bisschop zitten en worden de
vormelingen, met in hun handen de doopkaars, bij name naar voren geroepen
onder begeleiding van ouders of peetouders. Daar, in de nabijheid van de
bisschop, gaan zij zitten.
-
Homilie.
Dan houdt de bisschop een korte homilie waarin hij uitleg geeft aan het
woord van God en, in samenhang daarmee, aan het sacrament van het vormsel.
-
Vernieuwing van de
doopbelijdenis.
Na de homilie gaan de vormelingen staan en belijden zij ten overstaan van de
bisschop dat zij het geloof, dat hun werd aangereikt bij het doopsel,
bevestigen. Samen met heel de gemeenschap bevestigt de bisschop deze
belijdenis als het geloof van de kerk.
-
De handoplegging.
Dan legt de bisschop de vormelingen de handen op
(of strekt hij deze over hen uit)
en roept hij de zeven gaven van de Geest over hen af. De hele gemeenschap
beaamt dit gebed.
In Nederland is de goede gewoonte ontstaan om de ouders of peetouders in
deze ritus een ondersteunende rol te laten spelen door hun hand op de
schouder van hun (pete)kind te leggen.
-
De zalving met
chrisma.
De kernhandeling van het vormsel is de zalving van de vormeling onder
handoplegging van de bisschop terwijl hij zegt: "N., ontvang het zegel
van de heilige Geest, de gave Gods", waarop de gevormde antwoordt
"Amen".
Ook hier leggen, volgens Nederlandse gewoonte, de (peet)ouders hun hand op
de schouder van hun (pete)kind. De bisschop besluit deze symboolhandeling
met de vredeswens, waarmee hij eigenlijk zegt: welkom in de kring.
-
De voorbede.
Met de door de bisschop ingeleide en afgesloten voorbede eindigt de viering
van het vormsel. Dan volgt in de regel de viering van de eucharistie. De
vormelingen zijn tezamen met hun ouders en peetouders uitgenodigd om onder
twee gedaanten te communie te gaan.
| |







|