|
|
|
Aanmelden:
|
Inleiding tot de constitutieOpdat wij ons door God gegeven erfgoed kunnen bewaren, het geloof dat eens overgeleverd is aan de heiligen, in het bijzonder de leer en de ervaring der volkomen heiligmaking als een tweede werk van genade, en ook opdat wij op doeltreffende wijze met anderen van de Kerk van Jezus Christus kunnen samenwerken om het koninkrijk Gods te verbreiden, stellen wij hierbij in, wij, dienaren en leken, leden van de Kerk van de Nazarener, in overeenstemming met de grondbeginselen van de constitutionele wetgeving die bij ons is ingesteld, als constitutie of kerkorde van de Kerk van de Nazarener de hierna volgende Geloofsartikelen, de Algemene Richtlijnen en de Artikelen betreffende Organisatie en Bestuur, die wij ook aannemen en uitvaardigen, te weten: GeloofsartikelenI. De Drieënige God1. Wij geloven in één eeuwig bestaande, oneindige God, de Soeverein van het heelal; dat Hij alleen God is, scheppend en besturend, heilig in natuur, in eigenschappen en in doel; dat Hij, als God, drieënig is in diepste wezen, geopenbaard als Vader, Zoon, en Heilige Geest. (Gen.1; Lev.19:2; Deut.6:4-5; Jes.5:16; 6:1-7; 40:18-31; Matt.3:16-17; 28:19-20; Joh.14:6-27; 1Cor.8:6; 2Cor.13:14; Gal.4:4-6; Efe.2:13-18) II. Jezus Christus 2. Wij geloven in Jezus Christus, de Tweede Persoon van de drieënige Godheid; dat Hij van eeuwigheid één was met de Vader; dat Hij door de Heilige Geest mens is geworden en geboren werd uit de maagd Maria, zodat twee volledige en volmaakte naturen,
d.w.z. de goddelijke en de menselijke, aldus verenigd zijn in één Persoon, waarachtig God en waarachtig mens, de
God-mens. III. De Heilige Geest3. Wij geloven in de Heilige Geest, de Derde Persoon van de Drieëenige Godheid; dat Hij voortdurend aanwezig en doeltreffend werkzaam is in en met de Kerk van Christus, die de wereld van zonde overtuigt, die mensen die zich bekeren en geloven doet wedergeboren worden, en de gelovigen heiligt en leidt in alle waarheid, zoals die in Jezus is. (Joh.7:39; 14:15-18, 26; 16:7-15; Hand.2:33; 15:8-9; Rom.8:1-27; Gal.3:1-14; 4:6; Efe.3:14-21; 1Th.4:7-8; 2Th.2:13; 1Pet.1:2; 1Joh.3:24; 4:13) IV. De Heilige Schriften4. Wij geloven in de volledige inspiratie van de Heilige Schrift, waaronder wij de 66 boeken van het Oude en Nieuwe Testament verstaan, die door goddelijke inspiratie gegeven zijn en onfeilbaar Gods wil openbaren, betreffende ons, in alles wat noodzakelijk is voor onze verlossing, zodat alles wat niet daarin besloten ligt, niet als geloofsartikel voorgeschreven kan worden. (Luk.24:44-47; Joh.10:35; 1Cor.15:3-4; 2Tim.3:15-17; 1Pet.1:10-12; 2Pet.1:20-21) V. Zonde; Erfzonde, Daadwerkelijke Zonde 5. Wij geloven dat de zonde in de wereld kwam door de ongehoorzaamheid van onze eerste ouders, en door de zonde de dood. Wij geloven dat de zonde tweeledig is; erfzonde of verdorvenheid, en daadwerkelijke of persoonlijke zonde. VI. Verzoening6. Wij geloven dat Jezus Christus, door Zijn lijden, door het vergieten van Zijn eigen bloed en door Zijn sterven aan het kruis, volledige verzoening bewerkstelligde voor alle menselijke zonde, en dat deze verzoening de enige grond van redding is, en dat deze voldoende is voor elk lid van Adams geslacht. De verzoening wordt genadiglijk van kracht tot verlossing van hen, die niet toerekeningsvatbaar zijn en voor de kinderen in onschuld, maar voor al degenen die vanwege hun leeftijd verantwoordelijk gesteld kunnen worden is deze verzoening alleen doeltreffend voor zover zij zich bekeren en geloven. (Jes.53:5-6, 11; Mark.10:45; Luk.24:46-48; Joh.1:29; 3:14-17; Hand.4:10-12; Rom.3:21-26; 4:17-25; 5:6-21; 1Cor.6:20; 2Cor.5:14-21; Gal.1:3-4; 3:13-14; Col.1:19-23; 1Tim.2:3-6; Tit.2:11-14; Hebr.2:9; 9:11-14; 13:12; 1Pet.1:18-21; 2:19-25 1Joh.2:1-2) VII. Voorafgaande Genade 7. Wij geloven dat de schepping van het menselijk ras naar Gods gelijkenis de mogelijkheid inhield om tussen goed en kwaad te kiezen en dat de mensen aldus moreel verantwoordelijk geschapen werden; dat zij door de val van Adam verdorven werden, zodat zij zich thans niet door zijn eigen natuurlijke kracht en werken kunnen omkeren en zichzelf op geloof en het aanroepen van God kunnen voorbereiden. Maar wij geloven ook dat de genade van God door Jezus Christus aan alle mensen om niet geschonken is, zodat allen, die dit begeren, in staat gesteld worden om zich van de zonde tot de gerechtigheid te keren, in Jezus Christus te geloven voor vergeving en reiniging van zonde en die goede werken na te volgen, die Hem aangenaam en welbehaaglijk zijn. VIII. Bekering8. Wij geloven dat bekering geëist wordt van allen die in daad of voornemen zondaren tegen God geworden zijn. Onder bekering verstaan wij een oprechte en grondige gemoedsverandering met betrekking tot de zonde, die met zich meebrengt een overtuiging van persoonlijke schuld en een vrijwillig opgeven van de zonde. De Geest van God geeft aan allen die zich willen bekeren de genadige hulp van een berouwvol hart en hoop op barmhartigheid, opdat zij mogen geloven tot vergeving en geestelijk leven. (2Kron.7:14; Ps.32:5-6; 51:1-17; Jes.55:6-7; Jer.3:12-14; Eze.18:30-32; 33:14-16; Mark.1:14-15; Luk.3:1-14; 13:1-5; 18:9-14; Hand.2:38; 3:19; 5:31; 17:30-31; 26:16-18; Rom.2:4; 2Cor.7:8-11; 1Th.1:9; 2Pet.3:9) IX. Rechtvaardiging, Wedergeboorte en Adoptie 9. Wij geloven dat de rechtvaardiging die genadige en gerechtelijke daad van God is, waarbij Hij aan allen die in Jezus Christus geloven en Hem ontvangen als Heer en Zaligmaker, volkomen vergiffenis van alle schuld en volledige kwijtschelding van de straf voor bedreven zonden schenkt en hen als rechtvaardig aanneemt. X. Volkomen Heiligmaking 13. Wij geloven dat de volkomen heiligmaking die daad van God is, volgend op de wedergeboorte, waardoor de gelovigen worden bevrijd van de erfzonde of verdorvenheid. Hierdoor worden zij gebracht tot een staat van volkomen toewijding aan God en tot heilige gehoorzaamheid uit liefde, die volmaakt is geworden. XI. De Kerk 15. Wij geloven in de kerk, de gemeenschap die Jezus Christus belijdt als Heer, Gods verbondsvolk, nieuw geschapen in Christus, het Lichaam van Christus, door de Heilige Geest bijeengeroepen door het Woord. XII. De Doop 16. Wij geloven dat de christelijke doop een sacrament is, bevolen door onze Heer, dat het aanvaarden van de weldaden van de verzoening door Jezus Christus, tot uitdrukking brengt. Wij geloven dat deze aan gelovigen toegediend moet worden en blijk geeft van hun geloof in Jezus Christus als hun Zaligmaker en van hun oprecht voornemen om Hem te gehoorzamen in heiligheid en gerechtigheid. XIII. Het Heilig Avondmaal17. Wij geloven dat het Heilig Avondmaal, ingesteld door onze Heer en Heiland, Jezus Christus, wezenlijk een nieuwtestamentisch sacrament is, dat het Zijn offerdood verkondigt, de verdienste waardoor de gelovigen leven hebben, gered zijn, en de belofte van alle geestelijke zegeningen in Christus hebben. Het is uitdrukkelijk bestemd voor diegenen, die voorbereid zijn op een eerbiedig verstaan van haar betekenis, en daardoor de dood des Heren verkondigen totdat Hij wederkomt. Daar het in gemeenschap wordt gevierd, zullen alleen diegenen worden uitgenodigd om deel te nemen, die geloven in Christus en de heiligen liefhebben. (Exod.12:1-14; Matt.26:26-29; Mark.14:22-25; Luk.22:17-20; Joh.6:28-58; 1Cor.10:14-21; 11:23-32) XIV. Goddelijke Genezing18. Wij geloven in de bijbelse leer van Goddelijke genezing en dringen er bij onze gemeenteleden op aan in geloof te bidden voor de genezing van de zieken. (Wanneer dit noodzakelijk wordt geacht mogen wij de middelen en hulp die wij door de voorzienigheid Gods hebben niet afwijzen.) Wij geloven ook dat God geneest door middel van de medische wetenschap. (2Kon.5:1-19; Ps.103:1-5; Matt.4:12-24; 9:18-35; Joh.4:46-54; Hand.5:12-16; 9:32-42; 14:8-15; 1Cor.12:4-11; 2Cor.12:7-10; Jac.5:13-16) XV. De Wederkomst van Christus19. Wij geloven dat de Heer Jezus Christus zal wederkomen; en dat wij, die nog in leven zijn bij zijn komst, degenen die in Christus Jezus zijn ontslapen niet zullen voorgaan, maar dat wij, indien wij in Hem blijven, met de opgestane heiligen opgenomen zullen worden om de Heer tegemoet te gaan in de lucht, zodat wij voor altijd met de Heer zullen zijn. (Matt.25:31-46; Joh.14:1-3; Hand.1:9-11; Flp.3:20-21; 1Th.4:13-18; Tit.2:11-14; Hebr.9:26-28; 2Pet.3:3-15; Opb.1:7-8; 22:7-20) XVI. Opstanding, Oordeel en Eeuwige Bestemming 20. Wij geloven in de wederopstanding der doden, dat zowel de lichamen van de rechtvaardigen als van de onrechtvaardigen zullen herrijzen en verenigd zullen worden met hun geest. "Wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel".
De kerkI. De algemene kerk23. De Kerk van God bestaat uit alle geestelijk wedergeboren mensen, wier namen in de hemel staan opgetekend. II. De afzonderlijke kerken24. De kerken afzonderlijk moeten uit zodanige wedergeboren mensen bestaan, die zich onder goddelijke beschikking en door leiding van de Heilige Geest hebben verenigd tot een heilige gemeenschap en dienst. III. De Kerk van de Nazarener25. De Kerk van de Nazarener bestaat uit die mensen, die zich vrijwillig verenigd hebben volgens de leer en organisatie van deze kerk en die streven naar een heilige christelijke gemeenschap, de bekering der zondaren, de volkomen heiligmaking van de gelovigen en hun groei in heiliging en de eenvoud en de geestelijke kracht die in de eerste christelijke kerk aanwezig was, gepaard gaande met de prediking van het evangelie aan de ganse schepping. IV. Geloofsbelijdenis 26. Daar wij erkennen dat het recht en het voorrecht om lidmaat van de kerk te worden berust op het feit dat men wedergeboren is, vereisen wij alleen een belijdenis die van wezenlijk belang is voor de christelijke ervaring. Wij zijn daarom van oordeel dat een onderschrijving van de volgende korte belijdenis voldoende is. Wij geloven:
Gemeenten:
|
|
| ||||||||||