Ook in Nederland zijn er evenals elders op de
wereld de "independent churches", die geloven dat het niet goed is
te denomineren noch te domineren. Zij willen daarmee vasthouden aan
Christus' pleidooi voor eenheid en zien daarin geen ruimte voor de vele
denominaties (kerkrichtingen).
Veelal vallen zij onder de categorie "Protestant", waarvan een groot
deel, ook al zullen zij dit vaak niet erkennen, sterk lijkt op kerken van de
evangelische signatuur, hoewel er ook kerken onder zijn die niet specifiek
tegen het Katholicisme protesteren (en daardoor niet als protestantse kerk
gezien kunnen worden), of zelfs de rites (gebruiken etc.) of onderdelen
daarvan vanuit de Katholieke (of soms orthodoxe) kerken hebben overgenomen.
Onder de "independent churches" zijn er, die doordat er in geloof en
gebruiken diverse overeenstemmingen gevonden werden, tot een beperkte
samenwerking zijn gekomen. Ook zijn er onder deze kerken die vasthouden aan de
benaming "onafhankelijk" maar wel volledig zijn samengegaan met
kerken die een zelfde visie hebben. (en zo naar mijn menig toch weer de wortel
leggen voor een 'nieuwe denominatie').
In sommige onafhankelijke gemeenten worden ideeën welke onder de "independenten"
welke in Engeland hun opgang deden terug gevonden.
De benaming "independenten" wordt
soms gebruikt als een algemene benaming voor verschillende stromingen, die in
Engeland onder het protectoraat van Cromwell bestonden. Deze stromingen
waren één in het verwerpen van elke gedachte aan een staatskerk en in het
aanvaarden van de ruimste religieuze tolerantie. Deze tolerantie ging soms
zover dat men daardoor als sektarisch werd gezien.
Bij voorkeur spreekt men echter van independenten ten opzichte van een
bepaalde groep uit hun midden. Deze groep hing congregationalistische
ideeën aan en hadden hun voorlopers in de Brownisten (einde 16e eeuw) en in
mannen als John Perry, Henry, Jacob en John Robinson.
Hun grootste invloed verkregen zij, nadat Cromwell, die zich bij hen aansloot,
in 1653 Protector was geworden en hun betekenis ontleenden zij o.a. aan een
groot aantal bekwame predikanten, die leiding gaven, waaronder Thomas Goodwin,
en John Owen.
Hun standpunt blijkt in de Savoy Declaration, welke tijdens een conferentie in
1658 in het Savoy Palace werd opgesteld. Hoewel zij zich in hoofdzaak aan de
leer van de westminster-confessie hielden, gingen zij in kerkelijk opzicht
volledig hun eigen weg. Zij beschouwden iedere congregatie van gelovigen als
de ware zichtbare Kerk van Christus. Deze congregaties dienden volledige
autonomie te bezitten en onafhankelijk van de overheid en van elke hiërarchische
macht te zijn. Ook aan synoden, die slechts occasioneel mochten
samenkomen, werd niet meer dan een adviserend karakter toegekend.
Aan deze kerkrechtelijke denkbeelden zijn de latere congregationalisten trouw
gebleven, dit geldt echter stellig niet voor hun dogmatische inzichten.