|


Aanmelden:
Kerkenregister
Predikantenreg.
| |
Baptisten
Baptisten (v. Gr. baptistès = doper) heten een aantal christenen, verenigd in zelfstandige, plaatselijke gemeenten, die voorstanders zijn van de doop door onderdompeling en de kinderdoop verwerpen. De naam moet niet verward worden met de anabaptisten, met wie geen, noch met de doopsgezinden, met wie wel een verwantschap bestaat.
Een aantal Engelsen, o.a Smyth en Helwys, vluchtten in het begin der 17de eeuw naar Amsterdam en kregen daar contact met de Waterlandse doopsgezinden.
Helwys e.a. keerden in 1612 naar Engeland terug, waar zij de eerste baptistenkerk stichtten.
Daarna verbreidde de beweging zich spoedig door heel Groot-Brittannië. Deze zgn. General-Baptists (zo genoemd omdat zij Christus' verzoening voor allen geldend achtten) hadden veel met de doopsgezinden gemeen, bijv. de doop op belijdenis, zelfstandigheid der gemeenten, en excommunicatie bij onzuiverheid van het leven. Zij stonden echter niet afwijzend tegen het bekleden van overheidsambten.
Vanaf 1633 ontstonden andere groepen met een meer calvinistische overtuiging. Zij heetten "Particular-Baptists"
(de genade alleen voor de uitverkorenen) en ook zij bedienden de doop door onderdompeling. Hiertoe kwamen zij door bijbelstudie en nadat zij R. Blunt naar de Rijnsburger Collegianten voor informatie hadden gezonden.
Ook de General-Baptists gingen al snel de onderdompeling toepassen.
Bekende Engelse baptisten waren:
 |
John Bunyan (1628-1688) die lange tijd om wille van zijn geloof gevangen zat en die o.a. 'De Christenreis naar de eeuwigheid' schreef. |
 |
John Milton (1608-1674), de dichter van 'Het verloren Paradijs' en 'Het herwonnen Paradijs'. |
 |
William Carey (1761-1834) die in 1792 de Baptist Missionary Society, de eerste van een reeks zendingscorporaties, stichtte. |
In de 19de eeuw ontstond onder Steadman (gest. 1837) een opwekkingsbeweging en vlot daarop benaderden de Generals en Particulars elkaar, totdat zij zich in 1891 verenigden en de "Unie van baptisten in Groot-Brittannië en Ierland" gesticht werd
(ca. 300.000 gedoopten en 1 miljoen zielen).
Een belijdenis kent de unie niet, wel een beginselverklaring. De bijbel geldt als enige autoriteit. Men hecht grote waarde aan de apostolische geloofsbelijdenis, aan de doop
(waaraan voorafgaand een bekering noodzakelijk wordt geacht) en aan het avondmaal.
In de eredienst heerst geen gebondenheid aan vormen, maar vrijheid.
De baptisten verspreidden zich ook naar de Nieuwe Wereld. In de Verenigde Staten zijn verschillende unies: twee "National Baptist Conventions" waarvan er één Incorporated is (beide zijn negerconventies), een "American Baptist Convention" en een "Southern Baptist Convention".
De laatste is meer conservatief, de overige en de Engelse unie zijn lid van de Wereldraad van Kerken.
In Amerika vormen de baptisten een der grootste kerken met bijna 24 miljoen leden. Verwant zijn de "Disciples of Christ (Christian
Churches)", in Engeland en elders "Churches of Christ" geheten.
Verder zijn er verschillende kleine Baptistenkerken als "Vrijewils Baptisten", Anti-Zendings-Baptisten, Tunkers
(dompelaars) en Zevendedagsbaptisten (Sabbattisten)
Ook in Australië, Nieuw-Zeeland en Canada bestaan baptistenkerken.
Zowel vanuit de Verenigde Staten als vanuit Engeland is veel aan zending gedaan, zodat in verscheidene landen
(China, India, Zuid-Amerika en Afrika) jonge kerken ontstonden.
Het piëtisme heeft grote invloed gehad op het ontstaan van een nieuwe baptistenbeweging op het continent van Europa
Een Hamburger bijbelcolporteur, J G. Oncken (gest 1884), werd door de bijbel overtuigd van de waarheid van de doop op belijdenis en het gemeente-ideaal der baptisten. Hij werd in 1834 in de Elbe gedoopt en stichtte vele gemeenten. Ook deze gemeenten in Duitsland sloten zich tot een bond aaneen.
De beweging breidde zich tot vrijwel alle landen van het continent uit. o.a tot Zwitserland, Zweden en de voormalige Sovjet-Unie, waar de gemeenten zich met de Evangelische Christenen verenigden tot de "Unie van Evangelisch Christelijke Baptisten", sinds 1961 lid van de Wereldraad van Kerken.
Het geloofsleven van velen is piëtistisch getint. Ook vindt de verkondiging van de spoedige wederkomst van Christus veel weerklank.
In de voormalige Sovjet-Unie scheidden de "luitialivniki", die later de "Raad van Kerken van Evangelische Christenen en Baptisten" vormden, zich uit protest tegen de aanpassing aan regeringsmaatregelen af.
Velen van hen worden nog steeds vervolgd of verkeren in gevangenschap.
In Nederland ontstonden gemeenten toen een Hervormd predikant, dr. J.E. Feisser, zich tegen de kinderdoop verzette en in 1845 werd afgezet. Hij ontving met enkele anderen van een zendeling van Oncken de doop door onderdompeling
De gemeenten aanvaarden als grondslag de openbaring Gods in de bijbel. Zij verrichten veel zendings- en evangelisatiewerk en trekken veel jongeren. Het aantal gedoopten is meer dan 10.000.
Hoewel alle gemeenten een kerkenraad hebben, is de gemeentevergadering het hoogste gezag.
De Unie van Baptistengemeenten verliet in 1963 de Wereldraad en de Oecumenische Raad van Kerken in Nederland en is ook geen lid geworden van de Raad van Kerken. Het seminarie voor aanstaande predikanten is gevestigd in Bosch en Duin
(Utrecht). Enkele gemeenten sloten zich niet bij de unie aan.
In 1895 kon te Ougrée de eerste predikant worden bevestigd. Het duurde nog tot 1922 voordat de Bond van Evangelische Baptistenkerken van België
(Union des Eglises Evangelique Baptistes de Belgique) werd opgericht.
Zij omvatte in 1977 vijftien gemeenten, waarvan negen Franse, één Poolse, drie Duitse en twee Engelse, te weten in. Brussel (3), Glain, Grâce-Hollogne (2), Leuze, Luik, Mont-sur-Marchienne, Ougrée, Péruwelz, Bastogne, Genk, Gent en Jambes.
De gemeenten vormen uiterst hechte, solidair levende broederschappen, waarin een opgewekt, sterk persoonlijk getint geloofsleven aanwezig is.

Gemeenten:

| Baptisten |
Kerkenregister |
Totaal |
 |
 |
 |
| |






|