Gereformeerde Gemeenten
Een verbond van kerken, in 1907 ontstaan door samenvoeging
van een aantal Gereformeerde
Gemeenten onder het Kruis met volgelingen van de in 1840 afgezette
predikant Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer.
Oorsprong
De oorsprong van de Gereformeerde Gemeenten moeten we zoeken in de
Afscheiding van 1834. Die Afscheiding werd aanvankelijk geleid door ds. H. de
Cock en ds. H.P. Scholte, die echter spoedig eigen wegen gingen, o.a. door verschil van visie op kerk en verbond. Onder de afgescheidenen tekenden zich ook
binnen korte tijd twee groepen af. Enerzijds waren er de gemeenten onder het
kruis (de benaming wijst op de vervolgingen, waaronder men gebukt ging), terwijl
de andere groep bekend stond als de afgescheidenen. Het voornaamste verschilpunt
tussen beide was, dat de Kruisgemeenten geen erkenning van de overheid wilden
aanvragen (dat zou een verloochening van Christus' koningschap inhouden),
terwijl bovendien de Kruisgemeenten wilden vasthouden aan de Dordtse Kerkorde en
de psalmberijming van Datheen.
Toen in 1869 de Kruisgezinden en de Afgescheidenen zich toch wisten te vinden in
de Christelijke Gereformeerde Kerk, gingen een drietal gemeenten niet mee, te
weten Lisse, Enkhuizen en Tricht. Een van de breekpunten was het bezwaar van
deze drie gemeenten, dat bij de Afgescheidenen het welmenend aanbod van Gods
genade eenzijdig op de voorgrond werd gesteld ten koste van de belijdenis dat
het geloof een gave van God is. Nadat het aantal Kruisgemeenten behoorlijk was
toegenomen, zien we deze gemeenten in 1907 samengaan met de Ledeboeriaanse
gemeenten.
Ds. L.G.C. Ledeboer
Ds. Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer (1808-1863) was een markante
persoonlijkheid. In 1841 raakte hij buiten de Nederlandse Hervormde Kerk, na de
reglementenbundel van die kerk in de tuin van zijn pastorie te hebben begraven.
Hoewel ds. Ledeboer kort daarna zich op een synodevergadering van de
Afgescheidenen bevond, heeft hij niet de vorming van een nieuw kerkgenootschap
begeerd, getuige alleen al het feit, dat hij jarenlang weigerde buiten de
Nederlandse Hervormde Kerk kinderen te dopen. Iemand typeerde hem als volgt:
"hij was in alles singulier (bijzonder), vermogend,
milddadig, vroom".
Na de dood van ds. Ledeboer ontstond er verdeeldheid tussen de oefenaars Van
Dijke en Bakker, van wie alleen de eerste door Ledeboer tot predikant was
bevestigd. De meeste gemeenten bleven ds. Van Dijke trouw. Door middel van het
werk van een van zijn volgelingen, de oefenaar Jan Vader, ontstonden er in
Zeeland contacten met de Kruisgemeenten. Een en ander resulteerde, vooral door
toedoen van ds. G.H. Kersten in het ontstaan van de Gereformeerde Gemeenten in
Nederland en Noord-Amerika.
Zie ook hetgeen er over Ds. Ledeboer staat op de pagina van
de Oud Gereformeerde Gemeenten in
Nederland en op de speciale pagina over
hem
Ds. G.H. Kersten
Van ds. G.H. Kersten is veel invloed uitgegaan op de Gereformeerde Gemeenten.
Als 19-jarige ging hij reeds voor in verschillende Kruisgemeenten en op
23-jarige leeftijd werd hij bevestigd tot predikant.
Allereerst ging er veel leiding van hem uit inzake de vereniging van
Kruisgemeenten en Ledeboeriaanse gemeenten.
In de tweede plaats dient zijn ijveren voor een Theologische School te worden
genoemd. De weerstand, die er in veel gemeenten bleek te bestaan tegen de
zogenaamde "fabrieksdominees" wist hij te overwinnen. De Theologische
School werd te Rotterdam opgericht. De "theologie van de Gereformeerde
Gemeenten" is af te leiden uit het tweedelig standaardwerk De Gereformeerde
Dogmatiek door Ds. G.H. Kersten geschreven.
Ten derde kreeg hij in den lande bekendheid vanwege zijn lidmaatschap van de
Tweede Kamer. De Staatkundig Gereformeerde Partij werd door hem opgericht, en de
nacht van 10 november 1925 staat in de geschiedenis bekend als "de nacht
van Kersten" vanwege een door hem ingediend amendement tot opheffing van
het gezantschap bij de Paus. Het amendement werd aangenomen met als gevolg, dat
het rooms-gereformeerde coalitie-kabinet Colijn viel.
Naast dit alles mag niet onvermeld blijven zijn ijveren voor het onderwijs en de
oprichting van eigen scholen.
Tenslotte mogen we noemen de grote invloed, die van hem uitging als
hoofdredacteur van het officiële orgaan De Saambinder.
Zie ook hetgeen er over Ds. Kersten staat
op de pagina op de speciale pagina over
hem
Kerkelijk werk
Wat de kerkorganisatie aangaat, zijn er twaalf classis en vier particuliere
synoden, die eens per jaar bijeenkomen. De generale synode vergadert eenmaal per
drie jaar. Het ledental bedroeg per l januari 2003 101.000 van wie 54.000
belijdend lid zijn.
Zendingswerk wordt al sinds lange tijd verricht in West-Irian, daarna ook in
Nigeria, Guinée, Albanië, Ecuador, Sudan en Zuid-Afrika. Grote bekendheid
kreeg als zendeling ds. G. Kuyt, niet in het minst door de gevaarlijke
omstandigheden, waaronder hij zijn werk moest verrichten onder de Papoea's in
West-Irian (thans Papua).
Aan evangelisatiewerk in ons land en in België wordt steeds meer aandacht
besteed, in een zestal steden is een evangelisatiepost ingericht. Lokaal wordt
door verschillende kerken actief aan kinderevangelisatie door het organiseren
van kinderclubs en vakantiebijbelweken.
Sinds de jaren zeventig krijgt het jongerenwerk binnen de gemeenten veel
aandacht.
De Gereformeerde Gemeenten wijst hebben een correspondentieband met gemeenten in
Noord-Amerika. het betreft 24 gemeenten in de Verenigde Staten en Canada. Men
voert correspondentie en erkent elkaars ambten en attestaties (overschrijving
van de ene naar de andere gemeente). Ook bestaan er banden met de gemeente in
Carterton, Nieuw Zeeland
Een correspondentieband is er sinds 1968 óók met de Oud-Gereformeerde
Gemeenten in Nederland.
De leer van de kerk
In onderscheid met vele andere kerken krijgt de leer van de kerk bij de
Gereformeerde Gemeenten een voorname plaats. Het eigene van de leer, die men
belijdt, kwam duidelijk tot uiting op de generale synode, die in 1931 te
Rotterdam werd gehouden. Deze synodevergadering sprak zich uit over het verbond
der genade en de plaats die de uitverkiezing hierbij inneemt.
De uitspraken van de synode vormen een duidelijke tegenstelling met het geen met
name in de Christelijke Gereformeerde Kerk werd geleerd en gepredikt. Wat de
synode uitsprak komt o.a. op het volgende neer:
Het eigene van de Gereformeerde Gemeenten komt inzake de prediking openbaar
in de grote plaats die hierin aan de toepassing van het heil wordt gegeven. Aan
de persoonlijke beleving van dit heil (bevinding) wordt veel aandacht
geschonken. Men voelt zich hierin verwant met de beweging der Nadere Reformatie.
De prediking wordt door drie zaken getypeerd: de nood van de onwedergeborene, de
rijkdom van degenen die in Christus zijn en de wijze waarop God de mens bekeert.
Hoewel door sommigen vaccinatie en verzekering worden afgewezen, als in
strijd zijnde met het geloof in de voorzienigheid Gods, heeft geen enkele
synodevergadering hier een uitspraak over gedaan. Wel heeft men zich gekeerd
tegen het bezit van televisie.
Over het gebruik van internet is door een daartoe ingesteld commissie advies
uitgebracht om in de thuissituatie waar mogelijk geen internet te gebruiken en
als het nodig is voor studie of werk er terughoudend in te zijn. In elk geval
wordt geadviseerd om, als het dan toch nodig blijkt, zoveel als mogelijk is
gefilterd internet te gebruiken.
Uitgaven:
 | Vrijwel elke plaatselijk gemeente geeft zelf, of samen met anderen een
kerkblad uit; |
 | Saambinder, kerkelijk weekblad der Gereformeerde Gemeenten; |
 | Daniël, 2 wekelijks verschijnend jongerenblad; |
 | Paulus, zesmaal per jaar verschijnend Zendingsblad; |
 | De Evangelist, viermaal per jaar verschijnend Evangelisatieblad; |
 | Israël-bode, viermaal per jaar verschijnend uitgaande van het
deputaatschap voor Israël; |
 | Doven contact, zesmaal per jaar verschijnend Orgaan van Dovenzorg; |
 | De Noodklok, viermaal per jaar verschijnende uitgave van het deputaatschap
tot hulpverlening; |
 | Asaf, viermaal per jaar verschijnend contactorgaan van de Bond van
zangverenigingen; |
 | Kerk en Muziek zesmaal per jaar verschijnend contactorgaan ven de VOGG. |